Violet
geen enkele poema
zijn vacht verdoft
geen enkele vogel toelaat
zijn verenkleed in de war
twee ogen haken zich in de mijne
fluweelzachte klank, vierlippig
ogen glimlachspieg'len
met haar zwoegende borsten
vloeien gebeurt'nissen samen
in nissen van de tijd
aan weerszijden reiken
wazig violette uitlopers
van haar melkbergen
naar mijn verlaten vlakte,
hoe verder weg,
des te vager
en lichter hun kleur
boven de lijn
waar land en lucht
elkaar ontmoeten
trekken mijn tranen
een waterig spoor
van durend gemis