gedicht van Hans van Druten
Violet


geen enkele poema
zijn vacht verdoft
geen enkele vogel toelaat
zijn verenkleed in de war

twee ogen haken zich in de mijne
fluweelzachte klank, vierlippig
ogen glimlachspieg'len

met haar zwoegende borsten
vloeien gebeurt'nissen samen
in nissen van de tijd

aan weerszijden reiken
wazig violette uitlopers
van haar melkbergen

naar mijn verlaten vlakte,
hoe verder weg,
des te vager
en lichter hun kleur

boven de lijn
waar land en lucht
elkaar ontmoeten
trekken mijn tranen

een waterig spoor
van durend gemis