Splijt
witte lansen van licht
breken af op haar huid
oploerend uit een wuivend veld
't licht het zuiverst binnen glijdt
haar splijt, 'r langzaam open brandt
morgenlicht in kom en spiegel wederkeert
er is in haar en mij hetzelfde gaande
soms doet het huilen zich als lachen voor
water glinstert tussen oude bomen
een dode heester loopt vol merelzang
tegen de spiegel vallen duizend meeuwen
wij duiken hen na in zilverblauw