gedicht van Hans van Druten
Splijt


witte lansen van licht
breken af op haar huid

oploerend uit een wuivend veld
't licht het zuiverst binnen glijdt

haar splijt, 'r langzaam open brandt
morgenlicht in kom en spiegel wederkeert

er is in haar en mij hetzelfde gaande
soms doet het huilen zich als lachen voor

water glinstert tussen oude bomen
een dode heester loopt vol merelzang

tegen de spiegel vallen duizend meeuwen
wij duiken hen na in zilverblauw