gedicht van Hans van Druten
Onweersliefde


een streepje zilver
van het afnemende daglicht
onder dreigende donkere wolken door,
die zich opstapelden
in een donkerpaarse hemel

de bovenranden van de wolken
met een zweem rood licht
waardoor er een vreemde,
dromerige sfeer hing
wijl de bliksem knisperde
in de schemerige middaglucht

haar huid zo bleek dat het leek
of haar gezicht vrij
in de duisternis zweefde

haar ogen blauw van een soort
even verbleekt als haar huid,
zodat ze bijna blind leek

zoete dromen als de klanken
van verre muziek
een warme glimlach
waarin hij meer woorden legde
dan hij ooit kon uitspreken