gedicht van Hans van Druten
Nachthonger


een wolf jankte hele nachten
scherp kristal van eenzaamheid

de nachthonger van de geslacht'lijke lust
haar gezicht ijl gepenseeld in licht
het weefsel van het alledaagse leven
opengescheurd door 'n ongebonden drift

haar handen een eindje vaneen
als een vleesetende bloem
hief haar stem een woordeloos lied aan
kletterend als vallend water

langs bruine bladeren van japonstof
en bloemblaadjes van huid
kwamen de meeuwen aanwaaien
door de hemelse meren