gedicht van Hans van Druten
Lustlicht


achter vensters die de nacht verdromen
in doffe slaapzwarte nacht
lustlicht door schaduwen suist

zachtverend, overbegerend
op tienvingere tederheden
tussen linnen en zijde en bronstig leer

strengen van haar rode dromen
in strakke bogen hooggolvend
onder heethandbereik

gelijk de trage gratie
van een raaf
op een zachte zucht

laat zij zich meevoeren
hunkering snijdt haar uitéén
wijl regen spint zijn dunne draden