Katmeisje
rotsen tot ravijnen ingevouwen
een katvormig stuk melancholiet
eensklaps zijn de straten
oud van kinderen
verdwaald tussen de balken
van de zonnestralen
kale bomen klauwen
naar de verdwenen zomer
de zee ligt te grommen
als een albino tijger
als op wind gewiegde vruchten
sluimerende bloemen bepareld
met fonkelende druppels
bedwelmende dauw
stille morgenstonde,
door de zon gekust
fluisterend als golfgebruis
katmeisje is weer thuis