gedicht van Hans van Druten
Hinkel


tussen de stalen banden
van dagelijksheid
dat teken in het oog gedragen
waarmee eenzaamheid
zichzelf verraadt

een wervelwind van kleine daden
geen ideaal of hoop kan deugen
waar 't lichaam hongerig is en koud

liggen onder venster vol met maan
waar alle angsten achter 'dwijnen
gekruiste binnenlijnen
vormen schone hinkelbaan

maan wandelt stil
als een statige vrouw
de avond in zijn purperhaven
ons veilig voor de nacht omsluit

wij hinkel pinken
nog wat traantjes
van elkaars lippen