gedicht van Hans van Druten
Fataal


herfstbruin en avondgoud snijdt
mij een vrouw met één fatale snede
zij wipt en wiegelt op mijn hand
de rug gekeerd naar 't welvend lover
gluurt zij oogspiegel in daarover

gloeiend verft het scheidend licht de kim
stilte daalt op schemerings vale wieken
schuw ijlt nog een late vogel heen

slaapziek strooit de maan haar zilver
op 't deinend zeevlak uit

wonderen worden woord
en drijven verder

je rekt je en ademt in kleuren
die de ziel vindt maar niet kan noemen

slaap een tuin met volle papavers