Fataal
herfstbruin en avondgoud snijdt
mij een vrouw met één fatale snede
zij wipt en wiegelt op mijn hand
de rug gekeerd naar 't welvend lover
gluurt zij oogspiegel in daarover
gloeiend verft het scheidend licht de kim
stilte daalt op schemerings vale wieken
schuw ijlt nog een late vogel heen
slaapziek strooit de maan haar zilver
op 't deinend zeevlak uit
wonderen worden woord
en drijven verder
je rekt je en ademt in kleuren
die de ziel vindt maar niet kan noemen
slaap een tuin met volle papavers