gedicht van Hans van Druten
Donzig


over haar stoffige wangen
de troebele schaduwen
van ondergaande zon
fonkeling van levenslust

in zijn ogen
donzige wolken
ongemerkt
tot 'n dicht wolkendek

samengepakt
piept een grijsblauwe
bundel zonlicht

waarin door de lucht
zwevende stofdeeltjes dansen
daar vliegen duiven doorheen

geluk is naakt zijn,
lachen, stoeien, schreeuwen
krabben, kenmerkend

voor verboden lovers