Pijn
uit het getij van vergankelijkheid
in 't zieltogend duister uitgespreid
het jong en blauw profiel der dageraad
waarin de sporen van de nacht vergaan
stilte vol van d' insectenplaag
van mijn gedachten
zwevend schip met dromen
vreest d' overval der dageraad
tranen die ik schreide en de zuchten
zie ik vervluchten tot regenbogen
die van mijn ogen springen naar de zon
't uitgehongerd klagen van de wind
't donker landschap van mijn ziel
naar alle zijden open ligt
de kreet der hanen scheurt
het donker van de muren
het eerste verse bloed
springt uit mijn flanken
jij zeilt op hoge winden
ver van jou bevinden
scholen zilveren vissen
in mijn rivier van woelend
geschubd paarlemoer
hunkerend naar de pijn
van oeroud zwijgen