gedicht van Hans van Druten
Droomt


maan verft een gevaar
over donkere nacht

'n half ontverfde vrouw
droomt achter hoog venster
over zingende zee
en zachte dood

haar zware bloed baadt
in schemerdauw
van naderende nacht

uit warm schaduwrag
van haar flanken
een lichte, wervelende zee
stormachtig te pletter slaat
tegen zijn blinkende rots

aan de voet
van haar weke heuvels
duister vocht
groots kristallijnt

gestorven rozen bloeden
op strelingen van wind
omhevelen zijn nacht

in 't schemerdal
springt bliksem open