Als je brandt
als je brandt,
op mij strandt
golven in jouw hals
ben ik jouw zeemeeuw
krijt ik jou echt vals
ris 'k jou uit golf en
in mij krijt als wolf en
brult langs herfst in brand
los laat ik alle kleur
en kracht; ik beur je
jongen, langs alle tijd, wijd
w' elkaar, voorgoed
verblijd en, altijd,
als een paar, een stel
zonder kommer en kwel
zweven wij t'samen
dwars door element en tijd
smeden alles als cement,
hechten niets met iets
echt voor elkaar:
een mens, bevrijd