Vonken
vonkende vlinders
gekrijs van meeuwen
door koortsige verwachting
zijn hoofd helemaal warrig
ogen naar binnen gekeerd
zijn ziel door 'r lichtstraal geraakt
iedere blik van haar een vlam
hem met zoete woordjes
en onbeschroomde strelingen
gevangen nam
lachend als een leeuwerik
nam zij voorzichtig
het teveel aan jeugd bij hem weg
ook zijn groot en donker verdriet