Iets van een bloem
op 't lege strand
lillende vlokken
van trillend schuim
dat de wind waait
in plokken van zilverdons;
de zingende wind
juichend tekeer gaat
als een uitgelaten kind
roffelt met hamers
op ons aambeeld 'n melodie
uit de gloed van verlangen
haar lijf een ranke vogel
iets van een bloem
die danst in gewaad van damp
buk me over haar geuraltaar