Vluchtig
in 't fluisteren van de wind
langs het ritselen der bladeren
in de ogen van een kind
langs dwarrelende bloemblaadjes
in het zilver van de weide
door parels van ochtenddauw
door elfen vluchtig geschreid
en op het gras gelaten
bij 't eerst gekweel der vogels
zoent zon de bloemen open
waarin ijle kinderzieltjes
nog even sliepen
schemering van droefenis
ligt triest om mij als een deken
waaruit vele verzen nog te kweken