Dronken
aan een vage horizon
onder turquoise hemel
vol met rode beten
smolt zij tegen hem aan
onder een deken van mist
niet langer hoefde zij zich
in donker te ontkleden
rode schaduwen geven
geen silhouetten
de slaap zou ze nooit meer
wel hem immer omvatten
keer op keer dronken
van witte schaduw van de nacht