gedicht van Hans van Druten
Verrukking                















handen dwalen onder gewillige gewaden
wisselen speelse minnegroeten
onder 't zangerig lover

zij bloost, gaat voort met lippen zomen
spant boezem strak achterover
in hevig toezien en bedwelmend zwijgen

zoeken in elkaars ogen
stem van herfst schemeringen
door vochte mond licht aangeraakt

gevallen engel van verrukking dronken
ontspringt een laatste rilling
geschokt in bevredigd snikken