gedicht van Hans van Druten

Keer op keer              



dat pronte lijf
waaraan de vruchten prangen
daarmee kan ik vleugelen
in 't uitspansel pinkelen
miljoenen werelden betreden

dan, als vermoeidheid ruist
als op stille avonden
sluit het zwerk

teruggevallen in d' avond
worden we langzaam droog
en druppelen we nog wat na

dan voel ik in 't donker je ribbenboog
nacht vol liefde voor de boeg
al weer paarsblauw gezweept