Keer op keer
dat pronte lijf
waaraan de vruchten prangen
daarmee kan ik vleugelen
in 't uitspansel pinkelen
miljoenen werelden betreden
dan, als vermoeidheid ruist
als op stille avonden
sluit het zwerk
teruggevallen in d' avond
worden we langzaam droog
en druppelen we nog wat na
dan voel ik in 't donker je ribbenboog
nacht vol liefde voor de boeg
al weer paarsblauw gezweept