Gespleten
't water draait in blauwe kolken
de beek langs enge boorden schiet
vluchtige schaduwen steeds wilder
badend in jouw blauwlicht
dat één met het uitspansel
alles in mij tergend ranselt
'k breed stralend
in jouw uitzucht glijd
jij kronkelt als 'n dronken slang
en sist en splijt
je tong en ook de mijne