Bij kaarslicht
wijl haar lijf ivoort
en in haar ogen spoort
weerklank van nieuwe oogst
een lach wulps kronkelt
uit 'r schelp, drie vingers breed
kreunt als een orkaan
haar stem diep zwepend
lust in warme golven zwoelt
kaarsvet haar brandmerkt
drijven orgelende kreetjes
mij in haar ronde macht
witte duivende liefdesnacht