gedicht van Hans van Druten
Bij kaarslicht                

















wijl haar lijf ivoort
en in haar ogen spoort
weerklank van nieuwe oogst

een lach wulps kronkelt
uit 'r schelp, drie vingers breed
kreunt als een orkaan

haar stem diep zwepend
lust in warme golven zwoelt
kaarsvet haar brandmerkt

drijven orgelende kreetjes
mij in haar ronde macht
witte duivende liefdesnacht