Vlerken
haren los met gras verknoopt
bont abeelt de kievit
aan 't blauwe spant
'k kietel haar met grasspriet
haar huid trekt strak
als 'n vlies op warme melk
gevlucht uit 'n sfeer
van roek'loos woekerwoord
paart zij haar diepzucht
aan mijn zwaar gemis
zwijgend praten wij
onze handen witte vlekken
als wapperende vlerken
van jonge vogels
reppen wij de wiek tot vlucht
't gras rondom, gepassioneerd
geplet steeds zucht en zucht