Opgespaard
bergen hadden de zon gegrepen
kloven bezatten zich aan 't laatste licht
wijl 't schelle gekrijs van meeuwen
de lucht aan stukken reet
ze zag zich in de diepte
van zijn ogen waarkaatst
als in gepolijste spiegels
van waarheid in leugen
en vuur in duisternis
haar smachten bloeide op
langs doornen van verlangen
opklimmend naar 'n hoogtepunt
dat lang en droevig was
en meeslepend in een zee
van opgespaarde tranen