gedicht van Hans van Druten
Brandende lippen        













winden huilen langs de daken
maan roeit langs wolkenrif
't bos paars vergiftigd

ligt zij stil in omsloten koelte
gestreeld d' ontblote woelte
haar bergen baden in tinnen licht
brandend haar stil gerige lippen

zingend als 't zomerriet
mengt klein teder gebaar
sluit nacht haar ogen
met tedere kussen overtogen