Kermen
langs verborgen paden
van melanch, oliet weemoed
en hangen donkere zaden
zwart rillend aan verschroeide takken
helle lustzang, fel verrukkend
riemeslagen van ritmiek
grote, geduchte geluiden
hete uitblazingen
als kermende lokroepen
hevig halzend naar
kronkel slangendans