gedicht van Hans van Druten

Kermen            



langs verborgen paden
van melanch, oliet weemoed
en hangen donkere zaden
zwart rillend aan verschroeide takken

helle lustzang, fel verrukkend
riemeslagen van ritmiek
grote, geduchte geluiden
hete uitblazingen

als kermende lokroepen
hevig halzend naar
kronkel slangendans