gedicht van Hans van Druten

Harteklop        





















omwikkeld door haar zilveren draden
geen kant uit, aanvankelijk
tot hij de stilte hoorde spreken
van zaken zonder naam

in 't diepe ruisen van haar bloed
tussen elke harteklop
haar liefde zong
hem met duizend wimpers clitorde

zij rook de pijn
die uit zijn ogen waaide
proefde 't zout
van zijn machteloze spartel

zijn paars vlees pruimde
haar ingesmolten vrouwvlies