Harteklop
omwikkeld door haar zilveren draden
geen kant uit, aanvankelijk
tot hij de stilte hoorde spreken
van zaken zonder naam
in 't diepe ruisen van haar bloed
tussen elke harteklop
haar liefde zong
hem met duizend wimpers clitorde
zij rook de pijn
die uit zijn ogen waaide
proefde 't zout
van zijn machteloze spartel
zijn paars vlees pruimde
haar ingesmolten vrouwvlies