Gebroken
de zee echoot klaroenstoten
en een hoog ijl snikken
over grootbruisende golven
van de hemel leeuwt een muil
verzonken in de plas
van haar gemoed
fladdert heimwee om haar hart
traanwolken het licht zevend
zwermen van haar uit
zonschietend op zoek
naar troostspiegels
ze één voor één te breken