gedicht van Hans van Druten
Webben



dennennaalden door de wind geweven
tot een uitgestrekt tapijt

webben vol glinsterende waterdruppeltjes
als juwelen op een halsketting

schemerlicht over natte muren danst
galmende fluisterstem zegt stil te zijn

samengepakte wolken komen toekijken
tegen haar berghellingen nestelend

haar magie als een roodgloeiend mes
door hem heen gesneden

door een glinsterende waternevel
galopperend, aan moraal  voorbij gesneld

als wijn die door een trechter vloeit


één zucht
één ademtocht
één kreet