gedicht van Hans van Druten
Gewaad    
















op 't verlaten strand
lillende vlokken
van trillend schuim
door wind verwaaid
in plokken zilverdons

verschuift, verwaait
zingende wind juichend tekeer
als 'n uitgelaten kind

roffelt met hamers
op ons aambeeld 'n ritme
uit de gloed van verlangen

ze draagt haar lijf
rank als een vogel
met iets van 'n bloem
en van een dans

gewaad van damp
om de vluchtige leest
van haar geur-altaar