gedicht van Hans van Druten
Zoeklicht  


valt de schemering
al wat kleur heeft
vernissend

de straat nog vol
oud goud
vangen mijn oren

fluistervage woorden
van hete dorst
op dartele tederheden

in langgerekte dromen
'n vrouw, vlinderwit
bespat met liefdesroom

't scherend zoeklicht
van mijn blik
kaatst tweelingster