Zoeklicht
valt de schemering
al wat kleur heeft
vernissend
de straat nog vol
oud goud
vangen mijn oren
fluistervage woorden
van hete dorst
op dartele tederheden
in langgerekte dromen
'n vrouw, vlinderwit
bespat met liefdesroom
't scherend zoeklicht
van mijn blik
kaatst tweelingster