Vlindervrij
op vlagen van wind
valt haar glimlach uiteen
adem onder gespannen vel
trommelt kleurrozet
krijsende roofvogels
schillen haar verdriet
met de scherpe wenk
van hun vlerken
zilte wind jaagt wolven
langs haar oren
schuimkoppen heffen
kreunende pluimen
vlindervrij van wereldwee
langs woorden nooit gevormd
schiet haar ziel hoog op
katapult in schuinse vlam