gedicht van Hans van Druten

Vlindervrij    


op vlagen van wind
valt haar glimlach uiteen
adem onder gespannen vel
trommelt kleurrozet

krijsende roofvogels
schillen haar verdriet
met de scherpe wenk
van hun vlerken

zilte wind jaagt wolven
langs haar oren
schuimkoppen heffen
kreunende pluimen

vlindervrij van wereldwee
langs woorden nooit gevormd
schiet haar ziel hoog op
katapult in schuinse vlam