gedicht van Hans van Druten
Nadromen    












schoonheid springt
van tak tot tak
op fluister van de wet
wat eens bemind
voorgoed verklinkt

ontembare cadans
van chaotisch zwervend lied
haar oog nog smeulend beeft
nagloed van hevig feest

zon haar rouw betonen kan
in wat gebroken stralen
bont verleden licht op
achter dromende blik