gedicht van Hans van Druten
Kringen














waar vandaan
ken ik jou
alles trilt en beeft.

voorgoed verkleefd
zo vaak verleefd
waar komt 't toch vandaan

langzaam
leren lopen
aan jouw regenboog  
oog in oog

alle kleuren
met winter leuren
weg gouden zomerkracht

kan niet meer;
zonder jouw blik
anders mijn vuur geblust

dan bloot gegeten
van schil ontdaan
kringen om wintermaan