Wiegend
duizelend tegen jou aangeklampt
een zee van avondgeluiden in de oren
mond aan mond alle besef verloren
't avondt, 't sluimert nu
en ook de wind gaat dromen
er komen nog wat zwakke geuren
uit de schaduw aan; 'k hoor
een klein helder wijsje
van vroeger dingen
van iets schoons dat nooit vergaat
als vrezende je te wonden
streel ik ze zacht
jouw op droom van liefd'
wiegende vruchten