Tegenlicht
de zomerdag verliest zichzelf
in lange aarzeling
van halve woorden
en een oogopslag
ontkennen late bloemen nog de dood
in vuurwerken van violet en goud
weet zij het tegenlicht nog te strelen
en met de dromende avond in zijn ogen
verloren gaat het zachte licht
dat hem op zijn gedachten droeg
hangt stil geworden lucht
in traanparels te sterven
aan d' harpen van de nacht