Smeult
als ranken haar vingers die mij kussen
glimlach door verkikkerde tranen
onder 't slijpen door haar ademjacht
haar diepste stem geen ander hoort
daar ieder dwaalt z'n eigen weg
op tocht van gebluste zucht
onder haar huidsatijn gekolfd
smeult houtskool van haar liefdesgeur
daar ligt zij, smalle vingerbloem
gebrand op maatslag van samenzijn