gedicht van Hans van Druten
Naaldscherp



bundels zonlicht
met dansende stofdeeltjes
door de kathedraal
van voorjaarsgroen

dronk hij het parfum
van haar lichaam in
voelde zich gegeseld
als door een storm

hoge golven hem omvatten
en hem doordrenkten
met naaldscherpe zweepvingers
apen kwetterden uit bomen