gedicht van Hans van Druten
Warm


tegen het bleek der peinzend grijze lucht
vullen voor en greppel tot de randen
met bros rood goud

als een dier komt duister binnen sluipen
en rekt zijn zwartfluwelen klauwen
en lengt zijn schaduw donker,
tragisch groot

de koude kamer verwarmt zij
met de gloed van 'r zomergloeiend
vogelzingend bloed
naar 't lied van 'r sappe leven