gedicht van Hans van Druten
Harp


weg rollen de nevelschansen
wijl 't riet staat te grijzen
in d' ochtendnevel

haar lichaam deint
in bleke strofen
zwanger van gemoed

uit een hoog merellied
vallen woordeloos haar zuchten
tumulten van licht

als een lasso van lucht geworpen
schiet een zwaluw scheldend langs;
rukwinden schragen de meeuwen

haar hart beeft als een waterlelie
gedoopt in morgenrood,
orgie van bloemenpracht

diep in haar ziel
tokkelen handen over hem
als over een harp die beeft

ver weg en toch verkleefd