gedicht van Hans van Druten
Tederpaars















wij zagen naar elkaar
verguld van 't zuchten
en scheen de zon nablij

met een gouden lans
tot in onze ziel
door 't grijs
der dennen borend

de wolken tuimelden,
zwart op hemelgrijs
heel even lila
en tederpaars getint

blij omgeven van kleurenmist
zo teder minde ik avondrood
dat ik mijn hemel droomde
in rozenblad

'k verzonk, verdronk
in grondloos liefdes bad
en dronk de dauw,
de kleuren en de geuren