gedicht van Hans van Druten
Wegstervend licht


zonsondergang kleurde
de witgestuukte muren nicotinegeel

langgerekte donkere schaduwen
kropen tegen de gevel op

het wegstervende licht
deed een zwakke poging

om de scheiding tussen de grijze zee
en de grijze hemel aan te brengen

kwam zijn passie uit de schaduw
op haar toe sijpelen

het blanke beddenhout
zich krakend beklaagde
onder de zware bekken stoten

de dunne fineerlaag
van gezond verstand
totaal weggesleten
in de tooi van hun rijkdom