Blanke lelies
regen ritselt en stormwind fluit
lelies blanken in een ranke vaas
schemerweemoed weeft er nevelgaas
de blanke nachtzee ruist 'n lied van twee
haar bloem-aroom kan mijn ziel dringen
blijft zomerzwoel rondom mij zweven
ik naar die bloemen buig
en indrink, teder, haar geurenziel
voel de lucht luw van zwoele zuchten
waar, rood weerspiegeld, wolkenrozen gloeien
strooit avondrood 'n vijverplas vol rozen
vanuit haar 'room volzongen diepte
door dichte blinden, werend zongeweld,
dringt zoet aroom van zwijmelende bloemen
in gouden vlammen stijgen naar 't azuur
armen vol blanke lelies uit haar gaarde