gedicht van Hans van Druten
Buitelend













de kievit buitelt onder de wolken
waarachter laaiend in de zon
de trotse vreugden
der papavers vlammen

duizelend tegen jou aangeklampt
een zee, ik zee, jij zeet
van avondgeluiden in de oren
mond aan mond alle besef verloren

't avondt, 'k sluimer nu
en ook de wind gaat dromen
in de rozentuin van jou en mij

in de jonge, speelse bomen,
die nu stil en ingetogen
in het plosieve schijnen staan

van wereldorgasme, geklakt de maan
komen er nog wat zwakke geuren
uit de schaduw aan

een klein helder wijsje
van vroeger dingen
van iets schoons dat nooit vergaat

half vrezende je te wonden
zie ik je zijlings aan

als op droom van liefd'
gewiegde vruchten