Boetseren
de hemel verdonkert tot paars,
zwaar en zwanger van regen
kreunend jaagt de wind door het dal
met 't geluid van perkament
zijn bewustzijn bekrast
met 't soort beelden dat,
wanneer zij op jonge leeftijd
worden aanschouwd
zielen kan ontredderen
onstoffelijke woorden bijten
in zijn oor als piepkleine visjes
geboren uit de verlangens van kinderen
en wanhopige mensen
een onzegbaar droef geluid en 't houdt
een eeuwigheid van seconden aan
'n uitzinnige stroom van fluisteringen
totdat het klinkt alsof hij
tegelijkertijd snikt en spreekt
de woorden vallen als glasscherven
alsof hij door een venster van papier
en woorden zijn ware thuis zag
afkomstig uit landen achter de woorden
en achter het papier
de poging om zijn gedachten te ordenen
lijkt op 't boetseren van beelden
uit natte pasta