Geheimzinnige bloem
zware lucht van pijnbomen
de zilte zeelucht bijna verdrong
muziek om ons heen wervelt
als een bonzende mist van geluid
korstmossen op de kale rotsen
overspoeld door spatbranding
blanke handen als duiven
om zijn nek fladderen
rond zijn ogen waaier rimpeltjes
vertellen dat hij teveel
in de zon gezeten, lacht
zijn stemgoud
brede valleien vol spiraal cipressen
boven de diepe, kille rivierbedding
waar niets beweegt dan de kristallen
meedrijvend op dauw adem
met 'n doorschijnend gewaad
dat lijkt te fluisteren als ze loopt
danst haar zachte haar
zilvervogel vleugels
haar zachte warme stem
als gouden honing
van een lepel druipend,
kristalwater over gladde stenen
in het heldere maanlicht
zilver glimmertjes in haar haren
het verhaal zich voor ons ontvouwt
uit een donkervochte,
geheimzinnige bloem