gedicht van Hans van Druten
Geheimzinnige bloem


zware lucht van pijnbomen
de zilte zeelucht bijna verdrong
muziek om ons heen wervelt
als een bonzende mist van geluid

korstmossen op de kale rotsen
overspoeld door spatbranding
blanke handen als duiven
om zijn nek fladderen

rond zijn ogen waaier rimpeltjes
vertellen dat hij teveel
in de zon gezeten, lacht
zijn stemgoud

brede valleien vol spiraal cipressen
boven de diepe, kille rivierbedding
waar niets beweegt dan de kristallen
meedrijvend op dauw adem

met 'n doorschijnend gewaad
dat lijkt te fluisteren als ze loopt
danst haar zachte haar  
zilvervogel vleugels

haar zachte warme stem
als gouden honing
van een lepel druipend,
kristalwater over gladde stenen

in het heldere maanlicht
zilver glimmertjes in haar haren
het verhaal zich voor ons ontvouwt
uit een donkervochte,

geheimzinnige bloem