gedicht van Hans van Druten
Avondrood


een kleine wolk van zon
drijft over de wijde heide
als een matgouden medaillon

daaronder danst een gewemel
van licht en dartele warmte
zware bladervanen wiegelwuiven

de avondwind rilt door de heide
zat van zon en wind en de ruimte
woelt hij het late licht bloot

de avond komt naar beneden
en verguldt al het wuivende loof
dat rijst in de zwangere hemel

de avond blijft in ons gloeien
en onze ogen worden goud
ik kijk naar de lucht
die overal gaat bloeden

de warme avondgloed
die glans, die ons droge lijf
iets nats en schoons zal geven