Avondrood
een kleine wolk van zon
drijft over de wijde heide
als een matgouden medaillon
daaronder danst een gewemel
van licht en dartele warmte
zware bladervanen wiegelwuiven
de avondwind rilt door de heide
zat van zon en wind en de ruimte
woelt hij het late licht bloot
de avond komt naar beneden
en verguldt al het wuivende loof
dat rijst in de zwangere hemel
de avond blijft in ons gloeien
en onze ogen worden goud
ik kijk naar de lucht
die overal gaat bloeden
de warme avondgloed
die glans, die ons droge lijf
iets nats en schoons zal geven