gedicht van Hans van Druten
Spreidend


emoties vanuit de krochten
van zijn hart opblonken

de golf van verdriet
die in aantocht was
vereiste orkanen en stormen
die bomen ontwortelden

haar vlinder knipperde
met enorme wenkbrouwen

tranen over de welving
van bevallige neus dropen
bij zijn krakende lach

die klonk als een geweerschot
vlamden de straten op,
in en uit elkaar

wijl branding tegen het zand oprolde
en de duif opvloog  
met ruisgeluid van wieken

een soort bestoven waas
van stof en zon
over hen spreidend