Engelwezen
mijn zinnen wijken
voor hart dat spreekt
mond geen woorden heeft
stilte en eenzaamheid
doorsleten
d' eeuwige nachtzee
geen einder heeft
bewaakt het bos
met breed geruis
pad uit haar ogen vliedt
handen het zoetst
der zonden zoeken
waarachter 't hart
de hoge zang al hoort
uit d'oudste dromen
en duizend fluister sproken