gedicht van Hans van Druten
Engelwezen  






















mijn zinnen wijken
voor hart dat spreekt
mond geen woorden heeft
stilte en eenzaamheid
doorsleten

d' eeuwige nachtzee
geen einder heeft
bewaakt het bos
met breed geruis
pad uit haar ogen vliedt

handen het zoetst
der zonden zoeken
waarachter 't hart
de hoge zang al hoort

uit d'oudste dromen
en duizend fluister sproken