gedicht van Hans van Druten
Draaikolk


berken groeien rond onze open plek
verschenen als maagden in de ochtend
in de avond en om middernacht

om een krans te vlechten
rond ons liefdesnest
aan de rand van de hongerige
zich uitstortende zee

vanwaar uit de visgrijze glans
van de oceaan te zien
een wit kanonschot van schuim
ontlaadde zich beneden

spatte hoog op en bestrooide haar
met een suiker
van kleine glinsteringen
haar gezicht bewoog als de zee

dreef zij op 't vlot van 'r natdroom
tranen als rondgespatte edelstenen
van diep genot op haar gezicht

lantaarn van mijn ogen vult de mist
met een ondoordringbare
draaikolk van licht