Mooi

Ze was zo verblindend mooi.
Ik heb niet op haar gewacht.
Het toeval heeft ons samengebracht.
Haar ongeknutselde lach.
Betoverde mij in één oogopslag.
Ze heeft een exotische schoonheid.
Zo, dat het de natuur verstomd.
De wind vergeet te waaien.
En de wolken niet meer draaien.
Van zo iemand moet men houden.
Houden zoals,
De Aarde van de zon.
Het koren van de regen.
En de bloesem van de winden.
Maar kijk uit.
Laat je niet verblinden.
Want de ladder des levens,
Zit soms vol met ongerechtigheden.
Maar ach.
Een optimist die wil het goede.
Een pessimist die geeft een klaagzang.
En een realist die wil verandering.
En ik wil alleen maar,
Naar jou kijken.
Want dit is een verademing.

Jaap Ruigendijk.
Ingezonden gedicht
nog een gedicht